Kamerlingheplein

Heike Kamerlingh Onnes (1853-1926) werd geboren in Groningen als zoon van een steenfabrikant. Hij groeide op aan de Brugstraat en Zoutstraat. In zijn woonplaats bezocht hij de Rijks Hogere Burgerschool gehuisvest in de Pelsterstraat, later aan de Grote Kruisstraat. Dit schooltype was in 1863 ingevoerd en Kamerlingh Onnes behoorde tot de eerste lichting leerlingen.

Na aanvullende examens Grieks en Latijn te hebben gedaan, studeerde hij vanaf 1870 wis- en natuurkunde (met propedeuse in de scheikunde) in Groningen en Heidelberg. Tijdens zijn studieperiode in Groningen was hij rector (voorzitter) van het Groninger Studenten Corps Vindicat atque Polit. Hij wist het Corps voor een bankroet te behoeden door in 1876 de exploitatie van de Sociëteit over te nemen; een gewaagd maar naderhand lucratief gebleken besluit. In 1879 promoveerde Kamerlingh Onnes magna cum laude (‘met groot lof’).

Al voor zijn promotie was hij assistent geworden aan de Polytechnische School in Delft. In 1882 werd hij, slechts 29 jaar oud, hoogleraar proefondervindelijke natuurkunde en meteorologie aan de universiteit van Leiden.

Kamerlingh Onnes ontving in 1913 de Nobelprijs voor natuurkunde voor zijn onderzoek naar de eigenschappen van materie onder lage temperaturen. In 1908 wist hij als eerste het edelgas helium vloeibaar te maken bij een temperatuur van -269 °C. Zijn laboratorium was op dat moment de koudste plek op aarde en zou tot 1923 ook de enige plaats zijn waar een dergelijke lage temperatuur kon worden behaald. Veel – internationale – onderzoekers maakten gebruik van Kamerlingh Onnes’ laboratorium om hun theorieën in de praktijk te staven.

In zijn geboortestad werd zijn oude school – het Kamerlingh Onnescollege (onderdeel van het Reitdiep College) – naar hem vernoemd.