Bloemsingel › City of Talent

Bloemsingel

Het Fysiologisch laboratorium aan de Bloemsingel 1 was onder andere de thuisbasis voor de Hongaarse biochemicus Albert Szent-Györgyi (1893-1986) in 1937 onderscheiden met de Nobelprijs voor zijn onderzoek naar celademhaling en vitamine C. De studie naar celademhaling, oftewel biologische oxidatie, begon hij in Groningen.

Na een studie Geneeskunde in Budapest was Szent-Györgyi, via Duitsland, in 1920 in Leiden terecht gekomen. Twee jaar later ging hij naar het Groninger laboratorium van prof.dr. H.J. Hamburger.

Een collega van de jonge Hongaarse wetenschapper, de fysioloog prof.dr. R. Brinkman, haalde in 1965 herinneringen op Szent-Györgyi, volgens hem ‘de meest brilliante amateur, die ik ooit ontmoet heb’. Brinkman verhaalde dat Hamburger voor Szent-Györgyi een nieuw laboratorium had laten inrichten: 'Maar die weigerde hij. Hij wou in een kleine kelder beginnen, dat hadden zijn voorbeelden Pasteur en Claude-Bernard ook gedaan.'

Szent-Györgyi werkte in het laboratorium aan een onderzoek naar celademhaling en biologische oxidatie. Zowel dierlijke als plantaardige weefsels konden een bruinverkleuring vertonen, maar een stof in sommige planten – zoals citrusvruchten – bleek het oxidatieproces sterk te onderdrukken. In 1931 werd definitief vastgesteld dat deze stof vitamine C was.
Szent-Györgyi was toen al niet meer werkzaam in Groningen. Omdat de opvolger van professor Hamburger meer geïnteresseerd was in psychologie dan fysiologie, en bovendien persoonlijk niet goed met de Hongaar overweg kon, zette Szent-Györgyi vanaf 1926 zijn onderzoek voort in Cambridge. In 1928 werd hij hoogleraar aan de Universiteit van Szeged (Hongarije).