Wetenschappers ontdekken nieuwe genen voor regulatie hartritme

Wetenschappers ontdekken nieuwe genen voor regulatie hartritme

Wetenschappers ontdekken nieuwe genen voor regulatie hartritme

do, 29 juni 2017

Wetenschappers hebben voor het eerst genen gevonden die invloed hebben op de variatie in het hartritme. Wat blijkt? De genen die zorgen voor een lage hartritme-variatie verhogen ook de rusthartslag en de bloeddruk, twee bekende risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Het onderzoek wordt geleid door wetenschappers van het UMCG en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU).

Nog een laatste sprint en je hardlooprondje zit erop. Je versnelt nog even en komt dan eindelijk bij je voordeur aan. Hèhè, even bijkomen. Je rekt en strekt en al snel voel je je hart weer tot rust komen. Hoe dit wordt geregeld? Een autonome zenuw in je lichaam brengt je hart tot rust. Ben je gezond, dan is de variatie in de tijd tussen twee opeenvolgende slagen sterk verschillend. Maar als iemand een lage variatie heeft in het hartritme, is dat een voorspeller van hart- en vaatziekten. De resultaten van het onderzoek geven meer inzicht in de verschillen bij mensen in de werking van het autonome zenuwstelsel, dat ook een grote rol speelt bij stress.

Genen en je hartslag
De onderzoekers vonden genetische variatie in acht gebieden op het menselijk genoom. Daarvan kunnen ze nu met zekerheid zeggen dat die de variatie in tijd tussen twee hartslagen beïnvloeden. Twee van die genen regelen de vuurfrequentie van pacemakercellen in de rechterboezem (daar waar je hartritme wordt bepaald). Deze genen maken eiwitten en die spelen weer een rol in de overdracht van signalen die via de zenuwen van het brein naar het hart gaan. In het hart veroorzaken ze de variatie van slag-op-slag in de hartfrequentie. Volgens UMCG-hoogleraar Harold Snieder is dit een doorbraak: “Dit bevestigt het idee dat het autonome zenuwstelsel een grote rol speelt in het ontstaan van hoge bloeddruk.”

Voorouders geen verschil
Er deden ruim 53 duizend mensen mee aan het onderzoek uit Europa en de Verenigde Staten die allemaal een hartfilmpje lieten maken en bloed of wangslijmvlies afstonden voor DNA-onderzoek. Daaruit blijkt dat de genetische varianten voor de variabiliteit in de hartslag niet verschillen tussen mensen met voorouders uit Afrika of Latijns-Amerika en mensen met Europese voorouders.

Nieuwe testen
De activiteit van de autonome zenuw speelt een rol met betrekking tot fysieke en mentale gezondheid. Volgens VU-hoogleraar Eco de Geus is het door deze vondst ook goed mogelijk om bestaande verwachtingen over die rol te testen. De Geus in het bericht van het UMCG: “Vooral als we de bevindingen combineren met onderzoek in ons Nederlandse Tweelingen Register waar we beschikken over bijzonder veel informatie over genen van een grote groep mensen. Met deze resultaten is het goed mogelijk oorzaak-en-gevolg relaties te testen zonder duur experimenteel onderzoek te doen.”

De uitkomsten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications. Benieuwd? Je vindt de publicatie hier.