Rechter krijgt hulp van wiskundig model

Rechter krijgt hulp van wiskundig model

Rechter krijgt hulp van wiskundig model

do, 3 november 2016

Wat doet een rechter met verschillende soorten bewijs? En hoe weegt hij ‘harde’ cijfers, zoals een DNA-spoor, af tegen een getuigenverklaring? Wiskundige Charlotte Vlek ontwikkelde een oplossing: een wiskundig model.

Op het plaats delict verzamelt een politieman bewijsmaterialen, waarmee scenario’s over het misdrijf worden ontwikkeld. Maar wat als er twee verdachten zijn met een ander motief? Dan moet bewijs uitwijzen welke het meest aannemelijk is. “De politie werkt doorgaans op deze manier”, vertelt RUG-wiskundige Charlotte Vlek. Een rechter moet op basis van het bewijs een afweging maken tussen de verschillende scenario’s. Alleen is er nog geen systematische aanpak voor het afwegen van verschillende vormen bewijsmateriaal. Want wat weegt zwaarder; een getuigenverklaring of statistische informatie over DNA-sporen?

Kans op scenario X

Vlek ontwikkelde een systematische aanpak. Deze baseerde ze op Bayesiaanse netwerken. Zo’n netwerk laat zien welke gebeurtenissen zich binnen een scenario afspelen. Hiermee is het mogelijk om uit te rekenen hoe groot de kans is dat dit scenario zich ook daadwerkelijk heeft afgespeeld. De methode neemt ook de bijdrage van de afzonderlijke gebeurtenissen mee. Vlek: “Je kunt het vergelijken met de manier waarop een arts een diagnose stelt. Stel een patiënt komt bij een arts met hoofdpijn. Bekend is hoe groot de kans is dat de hoofdpijn door griep wordt veroorzaakt, of door een hersentumor. De arts neemt ook andere symptomen met hun kansen mee en zal daar uiteindelijk een diagnose uit stellen.”

Hard en zacht bewijs

De methode van Vlek werkt ongeveer hetzelfde; het brengt verschillende soorten bewijs bij elkaar. En dat is nog niet eerder gedaan. “Het Nederlands Forensisch Instituut heeft bijvoorbeeld wel een manier ontwikkeld om via een Bayesiaans netwerk het statistische bewijs, over bijvoorbeeld de waarschijnlijkheid dat een DNA-spoor of vingerafdruk van de verdachte is, inzichtelijk te maken. Maar daarin wordt het ‘zachte’ bewijs uit de scenario’s niet meegenomen”, legt Vlek uit.

Zo objectief mogelijk

Hoe werkt de methode dan? Vlek ontwikkelde een procedure op basis van schema’s. Zo kunnen de verschillende scenario’s in een zaak worden uitgewerkt. Vlek: “Je hebt bijvoorbeeld een moordschema, of een inbraakschema. Zo’n schema bestaat uit standaard elementen: bij het moordschema hoort bijvoorbeeld een motief, zoals ‘afpersing’ of ‘verbroken relatie’. Het schema laat zien hoe alle elementen elkaar beïnvloeden.” Het model berekent na het invoeren van bewijsmateriaal hoe aannemelijk ieder scenario is. Uniek aan deze aanpak is dat Vlek in haar analyse alle vormen van bewijs meeneemt. Zo ontstaat een zo objectief mogelijke behandeling van de gegevens. En dat voorkomt tunnelvisie, volgens Vlek.

In de rechtbank

Een geweldige methode die zo de rechtbank in kan, zou je zeggen. Toch zal dat nog even duren. Veel van de kansen die nu in het model gebruikt worden, zijn namelijk nog niet helemaal bekend. Nu worden die nog geschat en dat maakt het minder objectief. Daarnaast puzzelt Vlek nog met een rekenkundig probleem. “In Nederland is iemand onschuldig tot zijn schuld bewezen is. Maar wanneer je in het model de kans dat de verdachte de dader is op nul stelt, komt er niets uit. Dat is een fundamenteel probleem, waar ik nog geen antwoord op heb.”