Hoeveel rust moet je nemen voordat je op vakantie gaat?

Hoeveel rust moet je nemen voordat je op vakantie gaat?

Hoeveel rust moet je nemen voordat je op vakantie gaat?

Karel Brookhuis is hoogleraar in de verkeerspsychologie. Hij onderzoekt het verkeer vanuit de psychologie van de mens. Bevordert een navigatiesysteem de veiligheid in het verkeer? Hoe gevaarlijk is het om te sms-en achter het stuur? Hoeveel rust moet je nemen voordat je op vakantie gaat?

“Ik kwam in de jaren ’70 in Groningen. Ik ging Wiskunde studeren, maar vond dat niet leuk. Na wat baantjes en militaire dienst ben ik in de Experimentele Psychologie begonnen. Groningen was in die tijd ook al een gezellige, ongedwongen stad. De studie was boeiend en je kreeg alle tijd om jezelf te ontwikkelen in de richting die je aansprak.

Nadat ik gepromoveerd ben kon ik direct aan de slag bij het Verkeerskundig Studiecentrum (eind 1982). Verkeer is een bijzonder toepassingsgebied, waar alle subdisciplines van de psychologie onderdelen van hun gading in kunnen vinden. Mijn interesse lag vooral in informatieverwerking en de bijbehorende mentale belasting. 

6 tips voor een vakantie met de auto door Prof Dr Karel Brookhuis

  1. ga niet direct na afloop van de werktijd met vakantie
  2. en zeker niet dezelfde dag nog wegrijden
  3. neem eerst genoeg tijd om tot rust te komen (vakantie = ontspanning)
  4. dat houdt in: minstens een goede nachtrust en rustig een (klein) gezond ontbijt
  5. rij niet meer dan 8 uur, verspreid over de dag
  6. luister goed (= heel bewust) naar je lichaam (kleine “lapses of attention” = indicatie slaperig)

"Zelf ben ik me anders gaan gedragen in het verkeer."

Het onderzoek dat ik doe vind soms plaats in het verkeer, maar ook in rijsimulatoren. We kijken naar een breed spectrum aan situaties in het verkeer. Zijn de hulpsystemen in auto’s zoals cruise control, rembekrachtiging en navigatiesystemen succesvol in het ondersteunen van de bestuurder? Of geven ze een misplaatst gevoel van veiligheid? Dat zou kunnen leiden tot harder rijden en later remmen, tot slordiger of onoplettend rijgedrag en verlies van vaardigheden." 

Een andere ontwikkeling waar onderzoek noodzakelijk is, is de ontwikkeling van autonoom rijdende auto’s. “De ontwikkeling zal zeker niet snel gaan. Het mengen van verkeerssoorten (meer-, minder- en niet autonoom) zal het laatste aan de beurt zijn. Autonoom rijdende voertuigen zijn er al langere tijd, maar voorlopig alleen zo goed als geheel afgeschermd. Zoals de metro. In minder afgeschermde omgevingen doemen al snel potentiële problemen op, waarbij zelfs een kleine kans (ook elektronica kan haperen) op ongevallen toelating in de openbare ruimte al kan belemmeren. Aansprakelijkheid is daarbij één aspect, weliswaar belangrijk maar ook het verlies van rijvaardigheid verdient aandacht, of de afscherming van de elektronica van beïnvloeding van buitenaf (hacking), om maar een paar aspecten te noemen.”

“Door het werk bij het Verkeerskundig Studiecentrum werd ik wel met de neus op de harde feiten in het verkeer gedrukt, zo rijd ik bijvoorbeeld zelden te hard (behalve op de fiets). 

In 1970 ben ik in het uiterste noorden van de stad (studentenflat in Selwerd) begonnen, via binnenstad noord,  binnenstad zuid ben ik in het zuiden van de stad beland, het Hoornsemeer vlak bij het water. Fietsen door de Groningse, en vanuit ons huis ook de Drentsche dreven in de vrije tijd is zeer aangenaam, frisse lucht, weinig lawaai van industrie of verkeer en ruimte te over.”

De stad is zo compact dat ik altijd alles met de fiets kan en doe, behalve in uitzonderlijke gevallen. Als het heel slecht weer is neem ik óf de bus óf de auto. Met de bus kan je vrijwel overal in de stad komen met een korte looproute. Fietsen in de stad wordt prima gefaciliteerd, op veel plaatsen kun je heel goed korte routes nemen, je mag namelijk bijna overal fietsen, verkeerslichten zijn vaak fietsvriendelijk (behalve in de spits), en voor zover ze dat niet zijn, bijna altijd busvriendelijk. De stad is relatief rustig, bijna nergens is de werkomgeving erg lawaaiig.