Hoe Groningen en de aardappel onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn

Hoe Groningen en de aardappel onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn

Hoe Groningen en de aardappel onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn

Groningen en de aardappel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De grootste producent van aardappelzetmeel en -eiwit ter wereld, het Groningse Avebe, werkt aan een nieuwe, duurzame toekomst voor de aardappel.

Spanje, 1536. Expeditieleider Diego de Amalya toont de door hem uit Peru meegenomen Chunu, ‘Een plant met meelachtige wortels met verrassend goede smaak.’ Het was de eerste ontmoeting van Europa met de plant die wij nu als oer-Hollands zien: de aardappel. Op het eerste gezicht een vreemd soort gewas, met een aantal bijzondere eigenschappen. Het groeit waar andere gewassen doodgaan, en de knollen hebben een hoge voedingswaarde.

Een oer-Hollands product? De aardappel zelf misschien niet meer. Maar Nederlanders weten er wel raad mee. Al tweeënhalve eeuw wordt de aardappel verbouwd op de veenbodems van het Groningse Noorden, op de relatief arme grond die overblijft na de turfwinning. Weinig andere gewassen groeien er zo succesvol. 

Foto: M.A. Douma, Collectie RHC Groninger Archieven
Foto: M.A. Douma, Collectie RHC Groninger Archieven

Beroemdste exponent van dat tijdperk van weelde is Willem Albert Scholten, de eerste Nederlandse industriële multinational. Scholtens fortuin begon met een aardappelmeelfabriek in Foxhol. Uiteindelijk bezat hij meer dan twintig fabrieken, in binnen- en buitenland, op het gebied van aardappelmeel, aardappelmoutwijnstrokarton, suiker en turfstrooisel.

Avebe

Avebe is een coöperatie waar de telers zich bijna 100 jaar geleden in verenigd hebben. Hier worden de aardappels verwerkt tot hoogwaardig zetmeel en inmiddels ook eiwit uit de aardappel en Avebe is uitgegroeid tot marktleider in haar productcategorie  

Avebe ziet  een  duurzame toekomst voor de aardappel en richt zich op het maximaal tot waarde brengen van het gewas door werkelijk alles eruit te halen wat erin zit, in de hele keten. Met het kweekbedrijf Averis Seeds, dochteronderneming van Avebe, ontwikkelen ze voortdurend nieuwe aardappelsoorten: varianten met meer zetmeel, of een hoger eiwitgehalte.  Maar ook gewassen die zich beter verweren tegen aardappelziekten en klimaatinvloeden.

De eiwitten die Avebe uit de aardappelen haalt, zijn een bron voor nieuwe eiwitrijke voedingsmiddelen. Aardappeleiwitten zijn plantaardig, en niet genetisch gemodificeerd. Ook zijn ze vrij van allergenen zoals gluten of lactose. Als vervanger van dierlijke proteïnen, zoals melk, ei of vlees, zijn ze goed te gebruiken voor de productie van nieuwe plantaardige voedingsmiddelen. Zo draagt de aardappel bij aan een duurzame toekomst.

Rond 1775 werd de aardappel al op een groot aantal hectares verbouwd en met grote platte schuiten vervoerd naar de afnemers. Eerst werden de aardappelen vooral voor consumptie verbouwd, maar vanaf 1840 gingen boeren over op de teelt van een heel ander type: de ‘fabrieksaardappel’ voor de productie van zetmeel.

Foto links: schudzeven in een aardappelzetmeelfabriek. De aardappelen worden over deze zeven geleid, schoongespoeld en van het laatste vuil ontdaan. Als ze eraf vallen, komen ze in draaiende messen. De goede aardappelen worden hierdoor gepakt, alle bevroren of verrotte aardappelen vallen er doorheen naar beneden.

 

En diezelfde Scholten was – onbedoeld – de aanjager van de oprichting van verschillende coöperatieve meelfabrieken, die bijna een eeuw geleden samensmolten tot Aardappelmeel Verkoop Bureau, later bekend als Avebe. De boeren waren namelijk zo ontevreden over de lage prijzen die zij bij het kartel van Scholten voor hun aardappelen kregen, dat ze besloten de handen ineen te slaan.

Halverwege de twintigste eeuw werd zetmeel steeds meer gebruikt in de productie van bewerkt voedsel, zoals snoep en frisdrank, maar ook bij de fabricage van papier, karton en textiel.

Campus Groningen

Wat precies nog meer mogelijk is, is onderwerp van onderzoek. Van de 1300 medewerkers van het bedrijf, werken er ongeveer 100 aan Research & Development. De nieuwe vestiging op de Zernike Campus in Groningen moet die ontdekkingsreis verder aanwakkeren. Wetenschap, ondernemerschap en onderwijs vloeien daar letterlijk samen. Alles met maar één doel: uit de aardappel halen wat erin zit.

Zernike Campus Groningen is een knooppunt van kennis en ondernemerschap. Meer dan 4000 onderzoekers en medewerkers en een paar honderd ondernemers werken er aan innovatieve oplossingen die de toekomst nodig heeft. Dagelijks ontwikkelen ruim 35000 studenten zich hier tot professionals bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool Groningen. Voor de circa 150 bedrijven vormen de hightech faciliteiten en de samenwerkingsmogelijkheden een uitstekende voedingsbodem voor hun producten en diensten.