Gert 'dr. Love' ter Horst

Gert 'dr. Love' ter Horst

Gert 'dr. Love' ter Horst

Prof. dr. Gert ter Horst werkt als directeur bij het Neuroimaging Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen. Daar ontdekte hij onder meer dat het vrouwenbrein heel anders om gaat met stress dan het brein van mannen. Dat anti-depressiva daarom ook slecht werken bij vrouwen. Maar ook dat verliefd zijn je beoordelingsvermogen sterk beïnvloedt.

Ter Horst was nooit van plan om Dr. Love te worden. Maar zijn onderzoek naar verliefdheid maakte hem (zeker in de ogen van de media) opeens tot knuffelexpert.
‘Het onderzoek komt eigenlijk van Studium Generale, een club die wetenschappelijke lezingen organiseert. Zij vroegen mij om een verhaal te houden over ‘vlinders in de buik’ voor 12-jarigen. Toen ik het jaar daarna voor de kinderuniversiteit werd gevraagd om het verhaal nog eens te houden, kwam er een stormloop. Naar aanleiding van het persbericht werd ik door allerlei stations in Hilversum gevraagd, kwamen er 1200 kinderen op de lezing af en kwam het onderwerp internationaal in het nieuws. Door het enorme succes, begon ik me af te vragen of ik hier niet iets mee moest gaan doen. Ik ben toen begonnen met een cursus neurobiologie van de verliefdheid. Dat was immens populair en we hadden een overinschrijving. Eén van die studenten kwam met het idee om liefdesverdriet te onderzoeken. Dat werd ook weer door de pers opgepakt en zo werd het voor ons weer heel makkelijk om aan proefpersonen te komen.

Eén van de interessante vragen in dat onderzoek is: wat is een goede controlegroep? In ander onderzoek werden er altijd mensen gebruikt die gelukkig verliefd waren, maar dat is appels en peren vergelijken. Omdat we zoveel aanmeldingen hadden, zagen we ook duidelijke verschillen in hoe zwaar mensen hun liefdesverdriet ervoeren. We zijn toen mensen met ‘weinig liefdesverdriet’ als controlegroep gaan gebruiken.In later onderzoek blijkt dat verliefdheid vooral gaat over het verliezen van controle. Je ziet niet meer dat iemand lelijk is. Dat vervliegt na een maand of 6. Maar wat wij graag wilden weten: als je ontzettend verliefd bent, kun je dan nog wel autorijden? Dat onderzoek moet nog beginnen.

"In het onderzoek naar liefdesverdriet vonden we grote verschillen tussen mannen en vrouwen. Die blijken anders met stress om te gaan en dus ook met liefdesverdriet."

Daarnaast is het ook interessant om te kijken naar de verschillen tussen heteroseksuelen en homoseksuelen. Dick Swaab heeft daar al wat neurochemische experimenten in gedaan, maar daar zouden wij met de MRI scanner ook interessant onderzoek naar kunnen doen.

Er zijn een paar dingen die iedereen moet weten over liefdesverdriet en verliefdheid:
Liefdesverdriet is geen kattenpis. Het is een serieuze aandoening. Dus zeggen ‘kop op, je komt er wel overheen’ is een onderschatting van het probleem.
Denk niet te snel dat je verliefd bent. Sommige mensen denken onterecht dat ze verliefd zijn. Soms is het de opluchting dat je niet meer alleen bent. Er moet echt een ‘roze bril’ zijn, dat je alleen maar tijd met je geliefde door wilt brengen en verder niets belangrijk is.