Harmoniecomplex

Het Harmoniecomplex aan de Oude Kijk in ’t Jatstraat biedt onderdak aan de Letteren- en Rechtenfaculteit van Rijksuniversiteit Groningen. Oorspronkelijk bevond zich hier een cultureel complex van Sociëteit De Harmonie.

In de nieuwbouw van 1980 is de voorgevel van het
oude sociëteitsgebouw, daterend uit 1889-1890, opgenomen. Op het voorplein staat sinds 1988 een beeld van Aletta Jacobs, gemaakt door Theresia van der Pant.

Aletta Henriëtte Jacobs werd op 9 februari 1854 in Sappemeer geboren als achtste kind in het gezin van de joodse huisarts Abraham Jacobs en zijn
echtgenote Anna de Jongh.

Studeren was in die tijd voor meisjes niet weggelegd. Als kind uit een welgesteld gezin, bezocht ze aanvankelijk de jongedamesschool, waar de talen, handwerken omgangvormen leerde. ‘Ik kon de noodzakelijkheid van al die lessen niet inzien. En evenmin begreep ik, waarom, zooals mij werd geleerd, een jong meisje de oogen bedeesd moest neerslaan als haar op straat een heer passeerde, en waarom zij
in gezelschap van heeren alleen dan het woord mocht nemen als haar iets werd gevraagd’, zou Jacobs later schrijven. Haar ambitie was om medicijnen te studeren en arts te worden.

De eerste stap op die weg was in 1870, toen Jacobs
als eerste Nederlandse vrouw officieel als toehoorster aan de hogere burgerschool in haar woonplaats werd toegelaten. Het jaar erop verzocht zij minister Thorbecke om aan de universiteit van Groningen medicijnen te mogen studeren. De minister verleende hiervoor toestemming, aanvankelijk voor een proefperiode van één jaar. Vervolgens gaf Thorbecke haar vanaf zijn sterfbed toestemming ook examens af te leggen. Jacobs slaagde in 1878 voor haar artsexamen, waarmee de eerste Nederlandse vrouwelijke arts.

Na haar promotie in 1879 vertrok ze naar Amsterdam, waar ze een praktijk opende. Ze hield er een gratis spreekuur voor minderbedeelden en besteedde veel aandacht aan geboortebeperking. Internationaal verwierf ze faam als voorvechter van vrouwenrechten, in het bijzonder het kiesrecht.