Ieder groot bedrijf heeft een “R&D” afdeling, dus waarom een voetbalclub niet!? › City of Talent

Ieder groot bedrijf heeft een “R&D” afdeling, dus waarom een voetbalclub niet!?

Wouter Frencken is de eerste sportwetenschapper in dienst van een betaald voetbal organisatie in Nederland. Hij is een spin in het web in de sportwetenschap in Groningen. Hij werkt bij FC Groningen waar hij de medische staf, scouting, trainer en coaches ondersteunt. Daarnaast is hij bij het Instituut voor Sportstudies van de Hanzehogeschool in dienst als docent en onderzoeker én bij Bewegingswetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. 

De liefde voor sport, en met voetbal in het bijzonder, heb ik al vanaf dat ik me kan herinneren eigenlijk. Altijd buiten, altijd een bal; of het nou een knikker of een voetbal was. Vanaf mijn 16e heb ik bij VVV-Venlo in de jeugdopleiding gespeeld en dat met de opleiding Gezondheidswetenschappen in Maastricht gecombineerd gedurende één seizoen. Ik ben gestopt bij VVV-Venlo op het moment dat ik naar de senioren moest, en óf een debuut maken in het eerste elftal, óf een jaar in de beloften spelen. Dat laatste zag ik niet zitten omdat het op de universiteit goed ging. Dus toen heb ik mezelf beloofd om er alles aan te doen om ooit nog ‘in de eredivisie te spelen’, maar dan in een andere rol. Dat dat nu als sportwetenschapper het geval is, is alleen maar prachtig. Het proberen een onderscheid te maken tussen iets waarvan je dénkt dat het wel of niet werkt, en óf en hoe dat beter kan is voor mij de mooiste zoektocht die er is.

"Wouter Frencken gezocht"

Na mijn studie Gezondheidswetenschappen zag ik een vacature voor een promotieonderzoek in Groningen waarvan ik dacht: dat is me op het lijf geschreven. Er stond “promovendus gezocht”, maar ik zag meer “Wouter Frencken gezocht” staan, zo perfect paste het. Ik ben aangenomen en zonder om te kijken  naar Groningen verhuisd. Ik dacht dat ik voor de duur van mijn promotie in Groningen zou wonen. Ik heb in de eerste jaren niet echt de moeite genomen om mijn studiootje wat op te knappen, zoals een mooi vloertje erin of een likje verf. Voordat ik mijn promotie afrondde rolde ik van het één in het ander; een InnoSportNL project ‘geavanceerde wedstrijdanalyse voetbal’ en ook een baan als docent/onderzoeker bij de Hanzehogeschool. In de afgelopen jaren is mij duidelijk geworden dat op mijn vakgebied Groningen het centrum van de wereld is. Ik voel me hier geweldig op m’n plek, ondanks de stadse uitstraling is het ook rustig. Op veel manieren doet het me aan Maastricht denken: het wordt als ‘ver weg’ ervaren door veel mensen, stad en inwoners hebben een duidelijke eigen signatuur, het is de enige echte stad in een relatief groot gebied en er wonen veel jonge mensen dus er is altijd wat te doen!

Multidisciplinair

In die stad mag ik dus werken met een multidisciplinair sportwetenschap team bij FC Groningen. In dat team zitten bijvoorbeeld videoanalisten van de MBO opleiding Sport & Bewegen, HBO-studenten van het Instituut voor Sportstudies (Hanzehogeschool Groningen), Bachelor en Masterstudenten Bewegingswetenschappen (RUG/UMCG) en mensen vanuit het bedrijfsleven. 

Samen met hen en de experts van de kennisinstellingen probeer ik in de vorm van korte en langdurige projecten nieuwe inzichten op te doen die wetenschappelijk interessant zijn, maar vooral ook praktisch relevant voor FC Groningen, want het moet ons uiteindelijk een sportief voordeel geven.

Zoektocht naar sportieve voordelen

Door aan te sluiten bij vragen van onze trainers en coaches waarborgen we dat laatste perfect. Een mooi voorbeeld is de vraag hoe we de spelers in de jeugdopleiding maximaal kunnen belasten tijdens de groeispurt, zonder dat ze geblesseerd raken. Dan moeten we vervolgens eerst bij die groep gaan vaststellen welke klachten en blessures in welke mate aan groei gerelateerd zijn. En dat is dan pas het eerste stukje van de puzzel…

Een ander voorbeeld is de zoektocht naar het bereiken van een optimaal leereffect van spelers. Zelfregulatie (oa. plannen, doelen stellen, reflecteren) van spelers en begeleidingsstaf speelt volgens de meest recente inzichten een belangrijke rol in het bereiken van optimaal rendement uit trainingen. Het bepalen van de balans tussen wekelijks presteren én een zo groot mogelijk leereffect is lastig en daarvan weten we ook nog niet goed genoeg wat de consequenties van de ene of de andere benadering.

Een derde voorbeeld: de acties van spelers met en zonder bal tijdens wedstrijden die bepalend zijn voor winst of verlies zijn nog onduidelijk. We zien een heleboel statistieken voorbij komen in de media, maar zelden een die er daadwerkelijk toe doet. Als het lukt om dat per positie duidelijk te krijgen, dan kunnen we daar ook gerichter op trainen en scouten bijvoorbeeld.

Dus, bij FC Groningen probeer ik op een aantal terreinen de meest recente inzichten uit de wetenschap in te passen in onze dagelijkse begeleiding van voetballers. Daarnaast zoek ik altijd naar meerjarige onderzoekslijnen die ons een sportief voordeel kunnen geven die voor een belangrijk deel gestuurd worden door de voetbalpraktijk.

Fysieke belasting van spelers dagelijks bijhouden

Waar ik bijzonder trots op ben is dat we in Groningen als een van de eersten ter wereld ‘tactiek’ in voetbal meetbaar hebben gemaakt. Voorbeelden daarvan uit mijn proefschrift en het InnoSportNL project  zijn bijvoorbeeld ‘druk zetten’, ‘knijpen’, ‘afstanden tussen teams’ en ‘afspeelmogelijkheden’. Door de recente technologische ontwikkelingen kunnen we tijdens voetbaltrainingen en –wedstrijden met GPS-achtige sensoren positiedata verzamelen. Daarmee kunnen we precies bijhouden welke speler, op welk moment, in welke richting en met welke snelheid beweegt. Soms zelfs wel 1000x per seconde. Je kan dan vervolgens uitrekenen of een speler wel op de juiste onderlinge afstand tot medespelers en tegenstanders staat. Maar ook of hij in staat is om druk te zetten op die tegenstander mocht hij aangespeeld worden, of beter nog, of hij een pass kan onderscheppen. Mocht dat laatste lukken, dan kunnen we ook uitrekenen wie hij kan aanspelen op basis van de loopacties van alle spelers op het veld. Een van de eerste analyses laat zien dat het er toe doet welke afmetingen het veld heeft. Het beïnvloedt het loopgedrag van de spelers ten opzichte van elkaar enorm. In het voetbal geldt wat dat betreft het credo ‘Size Matters’! 

Naast dit soort totaal nieuwe analyses, kunnen we ook de traditionele analyses nauwkeuriger maken en vergemakkelijken. Het is bijvoorbeeld bekend dat trainers/coaches vaak denken dat een training lichter ervaren is door spelers dan dat de spelers het daadwerkelijk ervaren hebben. Er is dus geen ‘Perfect Match’ tussen de beoogde intensiteit van de coach en de ervaren intensiteit van een speler. Daarom is het zaak om in een teamsport als voetbal ook de fysieke belasting van spelers op dagelijkse basis bij te houden. Juist dat kan door middel van die positiedata. Onze bondscoach zou er goed aan doen zijn spelers, die een heel seizoen achter de rug hebben, op dit punt goed in de gaten te houden.

Ik verwacht dat er meer sportwetenschappers in verschillende rollen werkzaam gaan zijn in het Nederlandse voetbal. Andere sporten zoals zwemmen, turnen en wielrennen geven het goede voorbeeld. Bovendien, ieder groot bedrijf heeft een “R&D” afdeling, dus waarom een voetbalclub niet!?